Wednesday, March 15, 2006

Islam & democracy : compatible ? (part 2)(NL)

Here is the second part of 'islam & democracy' by Hedwig Bongers

3. The Islamic State: Democratic or Theocratic?

Deze fatwa is terug te vinden onder het onderwerp ‘Imamate and Political Systems’.
Kunnen we de islamitische staat democratisch of theocratisch noemen? Kun je de islam beschrijven als een democratische, seculiere of communistische godsdienst?
Shaykh Faysal Mawlawi beantwoordde deze vragen op 5 juni 2003.

Vóór de eigenlijke fatwa maakt men nog enkele bemerkingen:
Ten eerste zijn in een islamitische staat de Koran en de sunna dé bronnen bij uitstek voor het islamitisch recht. Theocratie daarentegen betekent dat de staat geleid wordt door geestelijken of een geestelijke klasse die regeert volgens de goddelijke wet. In een islamitische staat worden er door middel van de shura beslissingen genomen over publieke aangelegenheden, zie volgende soera:

àSoera ash-shura (het beraad) 38:
‘…wier beleid onderling beraad is…’

Volgens deze soera is het duidelijk dat de moslimstaat een regeersysteem heeft met ‘onderling beraad’ of shura, iets dat heel anders is dan een theocratisch regime. Een islamitische staat is gebaseerd op de sharia en het is streng verboden voor de heerser om ook maar iets te veranderen aan deze goddelijke wet. Hieruit kan men afleiden dat een islamitische staat niet zomaar democratisch in de brede zin van het woord kan genoemd worden.
Enerzijds is de islamitische staat niet democratisch omdat het volk geen eigen wetten mag uitvaardigen. Alleen de sharia telt immers. Anderzijds hebben ze ondermeer wél het recht hun leider te kiezen en deze af te zetten als hij zich immoreel zou gaan gedragen.

Antwoord:

De islam deelt enkele kenmerken van een democratie: zo kan het volk zijn leider kiezen en afzetten indien deze zich onverantwoordelijk zou gedragen. Men heeft in een islamitische staat ook enkele basisrechten zoals het recht op vrijheid.
Zoals al in de bemerkingen voorafgaand aan deze fatwa werd gesteld, zegt ook shaykh Mawlawi dat een islamitische staat wel democratisch is in de zin dat het volk zijn eigen leider mag kiezen en afzetten, maar dat men in een islamitische staat geen eigen wetten mag maken omdat deze taak alleen aan God toebehoort.
Een islamitische staat heeft met een theocratische staat gemeen dat de staat geleid wordt volgens de leer van de godsdienst. Een theocratische staat echter, wordt geleid door geestelijken en dezen kunnen zélf wetten opstellen terwijl een islamitische staat daarentegen onder leiding staat van gekozen leiders en de sharia als grondwet heeft.
Men kan de islam niet typeren als democratisch, seculier of communistisch. Er zijn gemeenschappelijke kenmerken, maar we mogen ze niet vereenzelvigen. Hiervan getuigen de volgende soera’s:

à Soera al-ma’ida (de tafel) 3:
‘Heden heb Ik jullie godsdienst voor jullie voltooid, Mijn genade aan jullie volledig bewezen en de Islaam (de overgave aan God) als godsdienst voor jullie goedgevonden…’

à Soera al-Haddj (de bedevaart) 78:
‘Hij heeft jullie vroeger al (mensen) die zich (aan God) overgegeven hebben genoemd en (nu) ook hierin, opdat de gezant getuige voor jullie zou zijn en opdat jullie getuigen voor de mensen zouden zijn.’

Een moslim mag in een democratisch, seculier of communistisch land leven mits hij over de vrijheid van godsdienstbeleving kan beschikken. Het wordt de moslim ook toegestaan de wetten van het regime na te leven mits ze niet strijdig zijn met de islam en de sharia.

4. How Islam Views Pluralism and Democracy.

Deze fatwa is terug te vinden onder het onderwerp ‘Imamate and Political Systems’.
Deze persoon vraagt een reactie op de stelling dat de islam een éénpartijensysteem wil en dat die partijen in kwestie geen andere partijen zullen dulden. In dat geval zou de islam niet democratisch zijn.
Eerst merkt men weer op dat de islam wél al sinds lange tijd vertrouwd is met pluralisme en dat het niét enkel een éénpartijensysteem toestaat. Het politieke regime in een islamitische staat heeft maar bevoegdheden binnen de grenzen van de siyasa shar’iyya. Moslims aanvaarden democratie in die mate dat het niet strijdig is met de islam.
Shaykh Faysal Mawlawi, vice-voorzitter van de Europese Raad voor Fatwa en Onderzoek behandelde deze kwestie op 30 juli 2002.

Antwoord:

Het is niet waar dat de islam enkel monocratie toelaat. Al sinds de tijd van de profeet bestond er een soort meerpartijensysteem. Toen immers al stonden de ‘muhajirun’[1] tegenover de ‘ansar’[2]. Ze verschilden van mening over wie de kalief moest worden. Beiden wilden immers dat de kalief uit hun eigen rangen zou komen. Zij konden dus al beschouwd worden als ‘prille’ politieke partijen.
Er zouden in de loop van de geschiedenis nog ‘politieke partijen’ volgen zoals de moordenaars van de derde kalief Uthman. Zij vormden onder diens bewind immers de oppositie en eigenlijk kan men stellen dat ze een staatsgreep pleegden door hem te vermoorden. Ook de Kharidjieten, de Abbassieden, de Ottomanen en de Mamlukken kunnen als politieke partijen beschouwd worden.
Partijvorming om legale politieke doelen te verwezenlijken is volkomen islamitisch. Er zijn enkelingen binnen de islam die van mening zijn dat er maar één partij mag regeren, maar deze mensen behoren tot de minderheid.
Zoals in de tweede fatwa werd gesteld zegt ook Faysal Mawlawi dat de democratie als dusdanig niet zo belangrijk is, maar het juist toepassen van de islamitische principes in een islamitische gemeenschap des te meer.

5. Women in Leading Posts.

Deze fatwa is terug te vinden onder het onderwerp ‘Morals and Values’.
Er werd gevraagd of het waar is dat vrouwen geen leiders kunnen zijn. En indien dit zo is: waarom niet?
Eerst werd er al opgemerkt dat de status van de vrouw in de islam uniek is. De islam geeft om de eer, de waardigheid en het welzijn van de vrouw en alle regels voor vrouwen bestaan enkel om haar eer te beschermen.
Muzammil H. Siddiqi, geboren in India en president van de Fiqh-raad in Noord-Amerika, antwoordde op 11 augustus 2005 op deze vraag.

Antwoord:

Ten eerste stelt hij dat een moslima deftig gekleed moet gaan mét een hoofddoek en dat gemengd contact vermeden moet worden. Niet-mahram mannen en vrouwen mogen niet zonder toezicht alleen gelaten worden. Als deze regels in acht worden genomen, is er geen probleem voor vrouwen om leiderfuncties te vervullen.
Het leiderschap in de islam is gebaseerd op bekwaamheid en kwalificaties. Indien een vrouw bekwamer is voor de job, verdient ze die job. In de Koran staat er het volgende over te lezen:

à Soera at-tauba (het berouw) 9:
‘Maar de gelovige mannen en vrouwen zijn elkaars medestanders, zij gebieden het behoorlijke, verbieden het verwerpelijke…’

Een vrouw kan verschillende functies vervullen zoals schooldirectrice, rechter, mufti, ambassadrice alsook imam. Deze laatste functie kan ze echter enkel vervullen indien ze uitsluitend vrouwen voorgaat in het gebed. Ze kan daarom geen hoofd worden van een islamitische staat omdat men in deze functie ook mannen moet voorgaan in het gebed en dat mag een vrouw dus niet.

De islam benadrukt echter ook dat de eerste bekommernis van een vrouw moet uitgaan naar haar kroost. Het is de taak van de man om de kost te verdienen voor zijn gezin. Dit kan als gevolg enkele beperkingen hebben voor de vrouw, maar niets staat haar in de weg om buitenshuis te gaan werken, zolang ze haar primaire plichten niet verzaakt.

Maar God weet het uiteindelijk het beste.

Notes :
[3] De muhajirun zijn de eerste gelovigen die meevluchtten van Mekka naar Medina in 622.
[4] De moslims van Medina die de ‘helpers’ van de profeet werden door de eerste moslims onderdak te bieden toen zij werden gedwongen Mekka in 622 te verlaten, en die hen hielpen bij het vestigen van de eerste islamitische gemeenschap. (uit: Armstrong, K., Islam, geschiedenis van een wereldgodsdienst, De bezige bij, Amsterdam, 2003, p. 290.

0 Comments:

Post a Comment

Links to this post:

Create a Link

<< Home